Pieterzijl
Monniken
uit het Gerkesklooster bouwden, waar nu de brug over het Zijldiep is, een
zeesluis die ze noemden naar Sint Petrus. Vandaar de naam Pieterzijl. Het dorp
heeft een Fries verleden en heeft lange tijd bij Friesland gehoord. In 1637 werd
het samen met Visvliet overgedragen aan "Stad en Lande" van Groningen. Een
vriendelijk dorpje met ruim 220 inwoners, dat lange tijd het centrum
is geweest van een Doopsgezinde gemeenschap. Deze gemeenschap bouwde er in 1814
een eigen kerk, even ten westen van de brug, ter vervanging van een uit 1733
stammend kerkje. Het bleek echter dat de predikanten liever in Grijpskerk
woonden, met het gevolg dat in 1890 werd beslist dat de pastorie in Grijpskerk
zou komen te staan.

Uiteindelijk
besloten de gemeenteleden de kerk ook maar te verplaatsen naar Grijpskerk. In
maart 1892 begon men met de sloop van het gebouw te Pieterzijl en in november
van datzelfde jaar was de kerk in Grijpskerk herbouwd in de achtertuin van de
pastorie aan de Herestraat 18 in Grijpskerk (thans aula en mortuarium). Het dorp
bezat ook een fraaie korenmolen, die rond 1935 is afgebroken. "'t Piepke" (een
gemetseld welfbruggetje uit 1805, dat in een document uit 1815 "pijpje" of
"piepke" wordt genoemd) heeft veel historische waarde. Pieterzijl ligt aan het
gegraven kanaaltje "Zijldiep" dat in verbinding staat met het riviertje De
Lauwers.
Zie ook:
www.pieterzijl.net