| plattegrond | |
| Grijpskerk in GoogleEarth |
Grijpskerk dateert van rond 1500. Omstreeks het jaar 1476 werden de
Ruigewaarden (waarden zijn polders) aan de Lauwerszee onttrokken door het leggen
van een dijk - deze werd door monniken aangelegd - waarin de Munnekezijl werd
gelegd. Op de oude binnendijk verrees het dorp Grijpskerk. Het unieke Groninger
dijkenlandschap begint dan ook in het noordelijk deel rond deze plaats. Niet
lang na die indijking van 1476 zal er door Nicolaas Grijp een kerk gesticht
zijn. De nederzetting komt tenminste in 1504 reeds voor onder de naam
"Grijpskercke". Ook was de nederzetting bekend als Engewird. Deze kerk van Grijp
was de eerste aanzet voor het huidige Grijpskerk. Het geslacht Grijp had veel
invloed in de nederzetting. Nicolaas Grijp bewoonde het slot Grijp, ook wel
genoemd het huis Reitsema. Dit kasteel bevond zich ten zuiden van Grijpskerk,
waar de Jonkerslaan en Reitsema Burchtstraat nog steeds aan dit huis herinneren.
Het familiewapen van 't geslacht Grijp vertoont een grijp of griffioen. Dit is
een fabelachtig dier: de bovenste helft stelt een adelaar voor, de onderste
helft een leeuw. De grijp in een wapen verkondigt in het algemeen een
invloedrijke heerschappij en bovendien scherpzinnigheid, overleg, gepaard met
omzichtigheid en doorzicht. Het verstand van de adelaar gaat samen met de kracht
van de leeuw. De bakermat van dit fabeldier is Indië, waar dergelijke
fantasiedieren in de tapijten werden geweven. Vandaar verhuisde de griffioen
naar Europa en verscheen als wapendier in Oost-Duitsland en Polen (± 12e eeuw).
In Polen werd hij inheems als wapensymbool van het oude, invloedrijke Poolse
geslacht Grijp. Nicolaas Grijp was dus van Poolse afkomst. Ook in het wapen van
Z.K.H. prins Hendrik, hertog van Mecklenburg, ziet men de griffioen. Zo komt het
dat de grijp voorkomt als schildhouder in het wapen van wijlen Koningin Juliana,
die hertogin van Mecklenburg was. De Reitsemaburcht werd laatstelijk bewoond in
1636 door Johan Everhard van Asschendorp, die was gehuwd met Gezina Clant. In
het jaar 1680 werd de burcht gesloopt.
De
kerk van Grijp stond niet zo lang, want het gebouw werd in
1582 verwoest door stropende oorlogsbenden. Op dezelfde plaats werd de N.H. kerk echter herbouwd en daar
staat hij nu sinds 1612 in het centrum van het oude dorp. In
december 2000 is een nieuwe torenspits op de N.H. kerk gehesen. De zeskantige piek, met
aan de voet een doorsnee van 3,5 meter heeft een gewicht van
ongeveer 5000 kilogram. De nieuwe piek is gereconstrueerd naar het voorbeeld van
de spits die tot 1871 het karakteristieke gebouw sierde. In 1872 werd de
originele spits verwijderd omdat het vanwege de slechte staat gevaar opleverde voor
de omgeving. Architect K. Holstein van Team 4 Restauratie Architecten in Groningen ontwierp
de nieuwe spits aan de hand van vroegere afbeeldingen. De windwijzer
op de tegenwoordige kerk, die een griffioen voorstelt, herinnert aan het
geslacht Grijp. Grijpskerk heeft overigens nog een kerk: de in 1815 gestichte
Doopsgezinde kerk, thans in gebruik als aula. Grijpskerk kende rond 1700 nog een
borg, nl. de Aykemaborg. In Grijpskerk staan twee markante molens: korenmolen "De
Kievit" uit 1899 en de in 1988 gerestaureerde watermolen "De Westerhorner", gebouwd
in 1829 en gelegen aan de weg Grijpskerk-Gaarkeuken.
De periode van
uitbouw van het kanalenstelsel voltrok zich in de tweede helft van de 19e eeuw.
Toen ook eerst kreeg Groningen een behoorlijke verbinding binnendoor met
Friesland en het westen van ons land door de bouw van een sluisje in 1864 bij
Gaarkeuken. Deze sluis was een verlaat - een schutsluis - waar de schippers
gemakkelijk even aan land konden gaan. Daarheen werd dan ook de gaarkeuken
verplaatst, die tevoren aan het zuidelijker gelegen Kolonelsdiep had gestaan.
Bij deze gaarkeuken verrezen enige huizen waarvan de bewoners een bestaan
zochten in de levering van schippersbehoeften: in de eerste plaats sterke drank,
maar ook proviand. Aan deze gaarkeuken
heeft het gebied zijn naam te danken. In 1924 kwam een nieuwe sluis gereed. In
de Tweede Wereldoorlog werd de sluis ernstig beschadigd. Na herstel bleek de
sluis niet opgewassen tegen het zeer intensieve gebruik. Op zeven kilometer van
de Fries-Groningse grens, bij Gaarkeuken, is in 1980, ter vervanging van de in
1924 gebouwde sluis, de nieuwe schutsluis in het Van Starkenborghkanaal gereed
gekomen. De sluis vormt de scheiding van de Friese boezem en de boezem van het
Westerkwartier. De sluis heeft een schutlengte van 190 meter en een
drempeldiepte van 4,77 meter beneden het laagste aangrenzende kanaalpeil. De
sluisdeuren, met een gewicht van 27 ton elk, zijn voorzien van openingen met
schuiven voor het nivelleren van de sluiskolk. Het sluiten en openen van de
deuren vergt ongeveer een minuut. De bouw van de sluis nam ruim 4 jaar in beslag
(van eind 1975 tot 16 juni 1980). De bouwkosten van het gehele sluizencomplex
bedroegen 20 miljoen gulden. Ter vergelijking van deze kosten moge worden
vermeld dat de aanleg van het Van Starkenborghkanaal, inclusief de Oostersluis
te Groningen gedurende de jaren 1929-1937, in het geheel een bedrag van tien
miljoen gulden vergde.
Gedurende de jaren 1990-1996 is de nieuwe Oostersluis gebouwd (een sluizencomplex tussen het Van Starkenborghkanaal en het Eemskanaal) in Groningen. Dit complex laat jaarlijks 16.000 binnenvaartschepen door, met een gemiddelde tonnage van 910 ton. De investeringskosten bedroegen ruim 60 miljoen gulden. Dit nieuwe sluizencomplex is geschikt voor schepen met een maximaal laadvermogen van 2.000 ton.
In de driehoek Grijpskerk-Kommerzijl-Niezijl is in 1990 door de NAM een
aardgasveld aangetroffen van ruim 10 miljard m3. Dit gasveld wordt geëxploiteerd
en is tevens geschikt gemaakt om hierin "hoog-calorisch" aardgas (gas dat door
elektriciteitscentrales en andere industrieën wordt gebruikt) uit andere velden
in Nederland te injecteren om zo (landelijk) voldoende piekcapaciteit
beschikbaar te houden. Het is de bedoeling om in optredende piekperioden met een
hoge aardgasvraag (voornamelijk in de winter) gas aan het Grijpskerk-veld te
onttrekken en buiten deze perioden het gasveld weer aan te vullen met gas uit
het Gasunienet. Daartoe zijn zowel bovengronds als ondergronds installaties
aangelegd. Op 1 januari 1997 is volgens plan de installatie voor het ondergronds
opslaan van aardgas in bedrijf genomen. Het totale complex is op 26 juni 1997
officiëel in gebruik gesteld. De werking van de gasopslag bestaat uit het
injecteren van aardgas gedurende de zomermaanden en de productie van dat aardgas
gedurende de wintermaanden. De opslagcapaciteit van "Grijpskerk" is 1,5 miljard
kubieke meter. De productiecapaciteit per dag is voorlopig 55 miljoen kubieke
meter. Deze dagcapaciteit kan bij voldoende vraag uit de markt t.z.t. uitgebreid
worden naar 80 miljoen kubieke meter.
De totale investering voor
"gasveld Grijpskerk" bedroeg circa één miljard gulden. Aan de bouw is 1.500
manjaren besteed. De installatie biedt werk aan 35 mensen en beslaat een
oppervlakte van circa 50 hectare. Rond deze installatie is een schitterend
biotoop van circa 80 hectare aangelegd. Grijpskerk en omgeving - gelegen aan de
Friesestraatweg (de vroegere zeedijk) - telt momenteel bijna 2.800
inwoners.
Grijpskerk vierde het 500-jarig bestaan in 2003.
Zie
ook:www.grijpskerk.tk





